Wet collectieve warmte 2027 voor vastgoedbeheerders
Warmte - juli 28, 2026

Wet collectieve warmte 2027: verplichtingen en acties voor vastgoedbeheerders

De Wet collectieve warmte verandert de manier waarop collectieve warmtesystemen in Nederland worden georganiseerd, gereguleerd en beheerd. De wet is vooral relevant voor warmtebedrijven en gemeenten, maar raakt ook vastgoedbeheerders, verhuurders en VvE’s met stadswarmte, blokverwarming, een collectieve installatie of een eigen warmtenet.

Voor vastgoedbeheerders is de Wet collectieve warmte niet alleen een juridisch onderwerp. De wet maakt het belangrijker om precies te weten wie verantwoordelijk is voor de warmtelevering, hoe het verbruik wordt gemeten, hoe kosten worden verdeeld en wie actie onderneemt bij storingen, afwijkingen of klachten.

In deze blog lees je wat de Wet collectieve warmte inhoudt, wanneer de wet ingaat en welke voorbereidingen vastgoedbeheerders nu al kunnen treffen.

 

Stand van zaken – juli 2026
De Wet collectieve warmte is aangenomen en op 22 januari 2026 gepubliceerd in het Staatsblad. Enkele voorbereidende artikelen zijn sinds 14 februari 2026 van kracht. Het merendeel van de wet treedt naar verwachting op 1 januari 2027 in werking, gelijktijdig met de verdere uitvoeringsregels.

Kort antwoord: wat betekent de Wet collectieve warmte voor vastgoedbeheerders?

De Wet collectieve warmte vraagt van vastgoedbeheerders vooral om meer inzicht in de organisatie van hun warmtevoorzieningen. Per gebouw moet duidelijk zijn wie warmte levert, wie contracthouder is, hoe het verbruik wordt gemeten, hoe kosten worden verdeeld en wie verantwoordelijk is voor onderhoud, storingen, facturatie en bewonerscommunicatie.

Niet iedere vastgoedbeheerder wordt automatisch een warmtebedrijf. De juridische positie hangt af van de technische en contractuele situatie. Daarom begint een goede voorbereiding met een inventarisatie per gebouw of collectief warmtesysteem.

Wat is de Wet collectieve warmte?

De Wet collectieve warmte, afgekort als Wcw, is de opvolger van de huidige Warmtewet. De wet bevat regels voor de productie, het transport en de levering van collectieve warmte.

Het doel is een betrouwbare, betaalbare en steeds duurzamere warmtevoorziening. Daarnaast krijgen gemeenten meer regie over de ontwikkeling van warmtenetten en wordt de bescherming van warmtegebruikers verder geregeld.

Bij collectieve warmte ontvangen meerdere woningen, gebouwen of gebruikers warmte uit één collectief systeem. Voorbeelden zijn:

  • stadsverwarming;
  • blokverwarming;
  • een lokaal warmtenet;
  • een collectieve warmte-koudeopslaginstallatie;
  • restwarmte uit industrie of datacenters;
  • een collectieve installatie voor meerdere gebouwen.

Waarom komt er een nieuwe warmtewet?

Een warmtegebruiker kan meestal niet eenvoudig overstappen naar een andere leverancier. Wie is aangesloten op een warmtenet, is doorgaans afhankelijk van het warmtebedrijf dat op die locatie actief is. Daardoor zijn duidelijke regels nodig over tarieven, leveringszekerheid, informatievoorziening en de afhandeling van problemen.

De Wet collectieve warmte moet daarnaast de ontwikkeling van nieuwe warmtenetten ondersteunen. Gemeenten gaan bepalen waar collectieve warmte een passende oplossing is en welk warmtebedrijf een systeem binnen een bepaald gebied mag ontwikkelen en exploiteren.

Ook verandert de manier waarop de maximale warmtetarieven worden vastgesteld. De koppeling met de gasprijs verdwijnt niet direct op 1 januari 2027, maar wordt in fases vervangen door een meer kostengebaseerde tariefregulering.

Voor vastgoedbeheerders betekent dit dat collectieve warmte steeds minder als uitsluitend een technische gebouwvoorziening kan worden behandeld. Contracten, data, verantwoordelijkheden, prestaties en gebruikerscommunicatie moeten als één beheerproces worden georganiseerd.

Wat is de actuele tijdlijn van de Wet collectieve warmte?

De Wet collectieve warmte treedt gefaseerd in werking. De wet zelf is inmiddels gepubliceerd, maar een groot deel van de uitvoeringsregels en toezichtprocessen wordt in 2026 en 2027 verder ingevuld.

2025: behandeling en goedkeuring

De Tweede Kamer nam de Wet collectieve warmte in 2025 aan. De Eerste Kamer stemde op 9 december 2025 met het wetsvoorstel in.

22 januari 2026: publicatie in het Staatsblad

De Wet collectieve warmte is op 22 januari 2026 officieel gepubliceerd als Staatsblad 2026, nummer 10. Daarmee is de definitieve wettekst bekendgemaakt.

14 februari 2026: eerste artikelen in werking

Enkele voorbereidende artikelen zijn op 14 februari 2026 in werking getreden. Deze gaan onder meer over de gestandaardiseerde activawaarde, mogelijkheden voor infrastructuurbedrijven en de nationale deelneming warmte.

Het merendeel van de wet treedt pas samen met het Besluit collectieve warmte in werking.

2026: voorbereiding van uitvoeringsregels

De ACM werkt in 2026 onder andere aan regels en methodes voor:

  • tariefregulering;
  • financiële rapportage;
  • leveringszekerheid;
  • de bekwaamheidstoets voor nieuwe warmtebedrijven;
  • toezicht op naleving;
  • de gestandaardiseerde activawaarde.

Ook het Besluit collectieve warmte en onderliggende ministeriële regels worden verder uitgewerkt.

1 januari 2027: verwachte hoofdstart

Het merendeel van de Wet collectieve warmte treedt naar verwachting op 1 januari 2027 in werking. Vanaf dat moment gaan gemeenten, warmtebedrijven en toezichthouders stapsgewijs binnen het nieuwe wettelijke stelsel werken.

Vanaf 2027: gefaseerde invoering

De overgang naar kostengebaseerde tarieven vindt niet in één keer plaats. De ACM bereidt deze overgang in meerdere fases voor. Het kan daardoor enkele jaren duren voordat de maximale warmtetarieven volledig losstaan van de gasprijs.

Welke vastgoedbeheerders krijgen met de Wcw te maken?

De Wet collectieve warmte kan relevant zijn voor iedere vastgoedorganisatie die gebouwen beheert met een collectieve warmtevoorziening. De precieze gevolgen hangen af van de rol van de organisatie en de inrichting van het systeem.

Gebouwen met een aansluiting op stadswarmte

Bij een gebouw met stadswarmte is meestal een extern warmtebedrijf verantwoordelijk voor de levering tot aan een afgesproken overdrachtspunt.

De vastgoedbeheerder kan echter verantwoordelijk blijven voor:

  • de binneninstallatie;
  • onderhoud binnen het gebouw;
  • storingen na het overdrachtspunt;
  • de verdeling van warmte binnen het gebouw;
  • bewoners- of huurderscommunicatie;
  • controle van facturen en verbruiksgegevens.

Daarom is het belangrijk om vast te leggen waar de verantwoordelijkheid van het warmtebedrijf eindigt en waar die van de vastgoedeigenaar of beheerder begint.

Gebouwen met blokverwarming

Bij blokverwarming wordt warmte centraal opgewekt of via één centrale aansluiting afgenomen en vervolgens verdeeld over meerdere woningen of bedrijfsruimten.

In deze situatie zijn vooral de volgende onderwerpen belangrijk:

  • individuele meters of warmtekostenverdelers;
  • datakwaliteit;
  • de kostenverdeelsystematiek;
  • correctiefactoren;
  • de jaarafrekening;
  • afspraken met huurders of VvE-leden;
  • beheer en onderhoud van de collectieve installatie.

Eigen collectieve warmtesystemen

Sommige vastgoedeigenaren, woningcorporaties, VvE’s of gebiedsontwikkelaars transporteren en leveren zelf warmte aan meerdere gebruikers of gebouwen.

In dat geval kan de organisatie onder de Wcw worden gezien als exploitant van een collectief warmtesysteem. Afhankelijk van de omvang, locatie en juridische structuur kunnen regels gelden rond aanwijzing, ontheffing, vrijstelling, melding en toezicht.

Laat deze positie altijd per systeem beoordelen. Een organisatie kan binnen één vastgoedportefeuille namelijk verschillende rollen hebben.

Wat geldt nu en wat verandert onder de Wcw?

De bestaande Warmtewet blijft voor een groot deel van toepassing totdat het nieuwe stelsel in werking treedt. Tegelijkertijd moeten organisaties zich voorbereiden op de rollen en procedures uit de Wcw.

Onderwerp Huidige situatie Onder de Wcw Praktische voorbereiding
Organisatie van warmtenetten Vergunningen en aanmelding bij de ACM kunnen van toepassing zijn Gemeenten werken met warmtekavels, aanwijzingen, ontheffingen en vrijstellingen Breng per systeem de eigenaar, exploitant en leverancier in kaart
Tarieven Maximumtarieven zijn nog grotendeels gekoppeld aan de gasreferentie Gefaseerde overgang naar meer kostengebaseerde regulering Zorg voor herleidbare kosten- en verbruiksgegevens
Nieuwe warmtebedrijven In bepaalde gevallen geldt een vergunningstoets Voor nieuwe warmtenetten wordt de bekwaamheidstoets belangrijk Documenteer technische, organisatorische en financiële verantwoordelijkheden
Verhuurders en VvE’s Bij doorlevering binnen het eigen gebouw geldt een bijzondere positie In bepaalde situaties geldt overgangsrecht en een meldplicht Bepaal of sprake is van doorlevering of zelfstandig transport en levering
Kleine warmtesystemen Verschillende uitzonderingen kunnen van toepassing zijn Specifiek regime voor systemen met maximaal 1.500 aansluitingen Controleer omvang, ligging en juridische structuur
Gemeentelijke regie Gemeenten werken aan lokale warmteplannen Gemeenten stellen warmtekavels vast en wijzen warmtebedrijven aan Volg gemeentelijke besluitvorming rond de vastgoedportefeuille

Welke positie hebben verhuurders en VvE’s?

Verhuurders en VvE’s hebben bij collectieve warmte een bijzondere positie. Onder de huidige Warmtewet geldt dat een verhuurder of VvE die warmte via een eigen aansluiting doorlevert binnen het eigen gebouw, in die specifieke situatie niet als warmteleverancier wordt behandeld.

Er is dan geen warmtevergunning nodig en het warmtenet hoeft niet bij de ACM te worden aangemeld. Wel blijven er verplichtingen en verantwoordelijkheden bestaan rond redelijke tarieven, afspraken met huurders of leden, meting van het verbruik en de jaarafrekening.

Een verhuurder of VvE mag het verbruik onder de huidige regels op drie manieren vaststellen:

1. met een individuele meter;

2. met warmtekostenverdelers;

3. met een toegestane kostenverdeelsystematiek.

Huurders en VvE-leden hebben in beginsel recht op een individuele meter. Bij aansluitingen vanaf 25 oktober 2020 bestaat in beginsel recht op een slimme individuele meter. Een uitzondering is mogelijk wanneer plaatsing technisch niet haalbaar of onevenredig duur is.

Het is belangrijk om deze huidige positie niet automatisch gelijk te stellen aan de positie onder de Wcw. Onder het overgangsrecht kan een melding nodig zijn wanneer een verhuurder of VvE zelf warmte transporteert en levert.

Geldt er een meldplicht voor verhuurders en VvE’s?

Verhuurders en VvE’s die bij de inwerkingtreding van de Wcw zelf warmte transporteren en leveren aan huurders of leden, moeten hun bestaande warmtelevering binnen zes maanden melden bij het college van burgemeester en wethouders.

Door deze melding ontstaat automatisch een ontheffing voor een klein collectief warmtesysteem. Deze ontheffing is 30 jaar geldig, mits het systeem aan de toepasselijke criteria voldoet. Een afzonderlijk besluit van het college is dan niet nodig.

Deze specifieke meldplicht geldt niet wanneer een verhuurder of VvE uitsluitend warmte van een extern warmtebedrijf via een centrale aansluiting doorlevert aan huurders of leden.

Het onderscheid tussen beide situaties is belangrijk:

  • Doorlevering: de warmte komt van een extern warmtebedrijf en wordt binnen het gebouw verdeeld.
  • Zelfstandig transport en levering: de verhuurder of VvE exploiteert zelf een collectief systeem en levert de warmte vanuit dat systeem aan gebruikers.

De technische installatie alleen geeft niet altijd het volledige antwoord. Ook contracten, eigendom, facturatie en verantwoordelijkheden spelen mee. Laat daarom vooraf beoordelen welke situatie per complex geldt.

Welke regels gelden voor kleine collectieve warmtesystemen?

De Wcw kent een apart regime voor kleine collectieve warmtesystemen met maximaal 1.500 aansluitingen. Voor deze systemen gelden minder administratieve verplichtingen dan voor grotere collectieve warmtesystemen.

Een warmtebedrijf dat een klein collectief warmtesysteem binnen een warmtekavel wil exploiteren, kan bij het college van burgemeester en wethouders een ontheffing aanvragen. Voor kleine systemen buiten een aangewezen warmtekavel kan een vrijstelling met meldplicht van toepassing zijn.

Voor bestaande kleine collectieve warmtesystemen geldt overgangsrecht. Een bestaand warmtebedrijf moet onder voorwaarden binnen zes maanden na de inwerkingtreding van de wet een ontheffing aanvragen.

Het regime voor kleine systemen is relevant voor onder meer:

  • appartementencomplexen;
  • gebouwen met blokverwarming;
  • gemengde woon- en bedrijfscomplexen;
  • lokale energiecollectieven;
  • nieuwbouwprojecten;
  • zorgvastgoed;
  • campussen;
  • kleine gebiedsontwikkelingen.

Een systeem met minder dan 1.500 aansluitingen is niet automatisch vrijgesteld van alle regels. Ook bij kleine systemen blijven onder meer leveringszekerheid, transparantie, geschiktheid en toezicht relevant.

Welke verplichtingen en praktische beheertaken zijn belangrijk?

Niet alle onderstaande activiteiten zijn afzonderlijke wettelijke verplichtingen voor iedere vastgoedbeheerder. Het zijn wel de belangrijkste onderwerpen om de juridische positie te bepalen, risico’s te verkleinen en de warmtevoorziening beheersbaar te organiseren.

1. Breng alle warmtevoorzieningen in kaart

Maak per gebouw of complex een warmte-inventarisatie. Leg daarin minimaal vast:

  • welk type warmtevoorziening aanwezig is;
  • hoeveel aansluitingen en gebruikers het systeem heeft;
  • wie eigenaar is van het warmtenet en de installaties;
  • wie warmte produceert, transporteert en levert;
  • wie contracthouder is;
  • wie factureert aan de eindgebruikers;
  • waar het overdrachtspunt ligt;
  • welke meters aanwezig zijn;
  • welke meetdata beschikbaar is;
  • wie onderhoud en storingen afhandelt.

Zonder dit overzicht is het moeilijk om te bepalen welke regels en overgangsbepalingen van toepassing zijn.

2. Bepaal de juridische rol per gebouw

Een vastgoedorganisatie kan optreden als:

  • vastgoedeigenaar;
  • gebouwbeheerder;
  • verhuurder;
  • VvE-beheerder;
  • contracthouder;
  • doorleverancier;
  • exploitant;
  • warmtebedrijf.

Gebruik niet één algemene kwalificatie voor de volledige vastgoedportefeuille. Beoordeel de rol per gebouw en per warmtesysteem.

3. Controleer contracten en verantwoordelijkheden

Controleer of contractueel duidelijk is:

  • wie verantwoordelijk is voor de leveringszekerheid;
  • wie de meters beheert;
  • wie verantwoordelijk is voor de binneninstallatie;
  • wie storingen onderzoekt en oplost;
  • wie verbruiksdata verzamelt;
  • wie facturen opstelt;
  • wie vragen en klachten afhandelt;
  • wie bewoners en huurders informeert.

Leg ook vast wat er gebeurt bij ontbrekende data, meterdefecten, langdurige storingen en onenigheid over de afrekening.

4. Controleer de meetinrichting en datakwaliteit

Betrouwbare meetdata is nodig voor facturatie, kostenverdeling, monitoring, rapportages en klachtenafhandeling.

Controleer daarom:

  • of alle relevante meters bekend zijn;
  • of meters tijdig worden uitgelezen;
  • of meterstanden volledig en plausibel zijn;
  • hoe ontbrekende data wordt aangevuld;
  • hoe afwijkingen worden gesignaleerd;
  • of meetgegevens aan het juiste gebouw of aansluitnummer zijn gekoppeld;
  • of historische gegevens beschikbaar blijven;
  • wie correcties controleert en goedkeurt.

Een dashboard alleen is niet voldoende. Er moeten ook afspraken zijn over wie meldingen beoordeelt en welke actie daarna volgt.

5. Maak kostenverdeling en facturatie uitlegbaar

Bij blokverwarming en andere collectieve installaties kan discussie ontstaan over de verdeling van kosten.

Documenteer daarom:

  • welke kosten worden doorbelast;
  • welke vaste en variabele componenten worden gebruikt;
  • welke verdeelsleutel wordt toegepast;
  • of correctiefactoren worden gebruikt;
  • hoe schattingen worden berekend;
  • hoe correcties worden verwerkt;
  • hoe de jaarafrekening wordt gecontroleerd;
  • waar huurders of leden terechtkunnen met vragen.

De gebruikte methode moet niet alleen technisch werken, maar ook begrijpelijk en herleidbaar zijn.

6. Organiseer monitoring en storingsopvolging

Monitoring maakt het mogelijk om problemen te ontdekken voordat zij leiden tot langdurige comfortklachten of onjuiste afrekeningen.

Denk aan signalering van:

  • ontbrekende meterdata;
  • plotselinge verbruikspieken;
  • onwaarschijnlijk laag of hoog verbruik;
  • afwijkende aanvoer- en retourtemperaturen;
  • drukproblemen;
  • storingen in de installatie;
  • terugkerende comfortklachten;
  • verschillen tussen ingekochte en afgerekende warmte.

Koppel iedere melding aan een verantwoordelijke partij, prioriteit en afgesproken opvolgtermijn.

7. Volg gemeentelijke warmteplannen

Gemeenten krijgen onder de Wcw een centrale rol bij de ontwikkeling van collectieve warmte. Zij bepalen waar warmtekavels komen en welk warmtebedrijf binnen een kavel actief mag zijn.

Voor vastgoedbeheerders kunnen deze besluiten gevolgen hebben voor:

  • toekomstige aansluitmogelijkheden;
  • vervanging van gebouwinstallaties;
  • onderhoudsplanningen;
  • investeringsbeslissingen;
  • verduurzamingsscenario’s;
  • contracten met bestaande leveranciers.

Neem gemeentelijke warmteplannen daarom mee in de meerjarenonderhoudsplanning en de verduurzamingsstrategie van de portefeuille.

Wie is waarvoor verantwoordelijk?

Onderstaande tabel helpt om per situatie de belangrijkste beheervraag en eerstvolgende actie te bepalen.

Situatie Belangrijkste vraag Aanbevolen actie
Gebouw met externe warmteleverancier Waar eindigt de verantwoordelijkheid van de leverancier? Leg overdrachtspunten en verantwoordelijkheden contractueel vast
Verhuurder of VvE die warmte doorlevert Is sprake van doorlevering of zelfstandige warmtelevering? Laat de juridische en technische situatie per complex beoordelen
Bestaand eigen warmtesysteem Geldt overgangsrecht of een meldplicht? Verzamel systeem-, contract- en aansluitgegevens vóór 2027
Klein collectief warmtesysteem Valt het systeem binnen de grens van 1.500 aansluitingen? Onderzoek of een ontheffing of vrijstelling van toepassing is
Complex met blokverwarming Is de kostenverdeling controleerbaar en uitlegbaar? Controleer meters, verdeelsleutels en jaarafrekeningen
Vastgoedportefeuille met meerdere systemen Is centraal bekend welke rol per gebouw geldt? Maak één warmte-inventarisatie voor de volledige portefeuille
Gebied met gemeentelijke warmteplannen Verandert de toekomstige warmteoplossing? Betrek gemeentelijke plannen bij onderhouds- en investeringsbesluiten

De precieze juridische positie blijft afhankelijk van de feiten en contracten per situatie.

Wat moeten vastgoedbeheerders vóór 2027 regelen?

Vastgoedbeheerders hoeven niet te wachten totdat alle uitvoeringsregels definitief zijn. Veel noodzakelijke voorbereidingen hebben betrekking op informatie en processen die nu al op orde moeten zijn.

Stap 1: maak een warmte-inventarisatie

Breng alle gebouwen met stadswarmte, blokverwarming, collectieve installaties en eigen warmtenetten in kaart.

 

Stap 2: bepaal de rol per systeem

Leg vast of de organisatie alleen beheerder of contracthouder is, warmte doorlevert of zelf een collectief systeem exploiteert.

Stap 3: controleer het aantal aansluitingen

Bepaal of het systeem onder het regime voor kleine collectieve warmtesystemen kan vallen.

Stap 4: verzamel contracten en technische documentatie

Verzamel leveringsovereenkomsten, onderhoudscontracten, eigendomsgegevens, aansluitschema’s en afspraken over meters en facturatie.

 

Stap 5: controleer meetdata en afrekeningen

Onderzoek of data volledig, actueel en herleidbaar is. Controleer ook hoe schattingen, correcties en verdeelsleutels worden toegepast.

 

Stap 6: wijs interne en externe verantwoordelijken aan

Maak duidelijk wie verantwoordelijk is voor datakwaliteit, facturatie, storingen, onderhoud, klantvragen en juridische beoordeling.

Stap 7: beoordeel het overgangsrecht

Controleer of voor bestaande systemen een aanvraag of melding nodig is. Houd daarbij rekening met de termijn van zes maanden na de inwerkingtreding van de Wcw.

inzicht en efficientie stadswarmte

Hoe ondersteunt EnergyGrip het warmtebeheer?

EnergyGrip brengt energie- en meetgegevens uit verschillende bronnen samen in één omgeving. Vastgoedbeheerders kunnen daarmee het warmteverbruik, de datakwaliteit en de prestaties van gebouwen of aansluitingen centraal volgen.

EnergyGrip kan onder meer ondersteunen bij:

  • inzicht in warmteverbruik per gebouw;
  • centrale verzameling van meterdata;
  • controle op ontbrekende of afwijkende gegevens;
  • vergelijking tussen gebouwen;
  • monitoring van installaties en aansluitingen;
  • rapportages voor beheer en besluitvorming;
  • voorbereiding van facturatieprocessen;
  • signalering van afwijkingen en storingen.

Dat is relevant bij de voorbereiding op de Wet collectieve warmte. Transparant warmtebeheer begint immers met actuele en controleerbare gegevens.

Een energiesysteem wordt door het gebruik van EnergyGrip niet automatisch juridisch compliant. Het platform helpt wel om de informatie en beheerprocessen te organiseren die nodig zijn om verplichtingen te beoordelen, prestaties te volgen en verantwoording af te leggen.

Warmte-as-a-Service- Het virtuele warmtebedrijf

Wanneer is een virtueel warmtebedrijf interessant?

Een virtueel warmtebedrijf kan interessant zijn wanneer collectieve warmte verder gaat dan alleen het beheren van een aansluiting op stadswarmte.

Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij:

  • een eigen collectieve installatie;
  • meerdere gebouwen op één systeem;
  • een lokaal warmtenet;
  • blokverwarming met veel gebruikers;
  • complexe meet- en facturatieprocessen;
  • meerdere uitvoerende en technische partijen.

Het virtuele warmtebedrijf van Aurum en Circet combineert dataverzameling, monitoring, facturatieondersteuning, klantcontact en operationele opvolging.

Aurum ondersteunt de datalaag met EnergyGrip en Nextalink. Circet ondersteunt de operationele processen, waaronder monitoring, klantcontact en de opvolging door installateurs.

De opdrachtgever blijft eigenaar van het warmtenet en de bijbehorende data, terwijl gespecialiseerde partijen het dagelijkse beheer ondersteunen.

Conclusie: bereid de warmteportefeuille nu voor

De Wet collectieve warmte treedt gefaseerd in werking en verandert de organisatie van collectieve warmtesystemen. Voor vastgoedbeheerders ligt de belangrijkste voorbereiding bij het verkrijgen van overzicht.

Per gebouw moet duidelijk zijn:

  • welk systeem aanwezig is;
  • wie warmte transporteert en levert;
  • welke juridische rol de organisatie heeft;
  • hoe verbruik wordt gemeten;
  • hoe kosten worden verdeeld;
  • wie verantwoordelijk is voor storingen en communicatie;
  • of overgangsrecht of een meldplicht van toepassing is.

Begin daarom met een centrale warmte-inventarisatie en wacht niet totdat alle uitvoeringsregels definitief zijn. Het verzamelen van contracten, aansluitgegevens, meterinformatie en verantwoordelijkheden kost vaak meer tijd dan verwacht.

Met betrouwbare meetdata, heldere processen en structurele monitoring wordt collectieve warmte een beter beheersbaar onderdeel van de vastgoedportefeuille.

Grip krijgen op collectieve warmte?

Wil je weten welke warmtevoorzieningen binnen jouw vastgoedportefeuille aandacht nodig hebben? Aurum helpt bij het verzamelen, controleren en inzichtelijk maken van energie- en meetdata.

Neem contact op voor een inventarisatie van de beschikbare data en de mogelijkheden voor monitoring met EnergyGrip.

Ontdek de mogelijkheden van EnergyGrip

Veelgestelde vragen over de Wet collectieve warmte

De Wet collectieve warmte is de nieuwe wet voor de productie, het transport en de levering van collectieve warmte. De wet vervangt de huidige Warmtewet en moet bijdragen aan een betrouwbare, betaalbare en duurzamere warmtevoorziening.

De wet treedt gefaseerd in werking. Enkele voorbereidende artikelen zijn sinds 14 februari 2026 van kracht. Het merendeel van de Wet collectieve warmte treedt naar verwachting op 1 januari 2027 in werking.

Vastgoedbeheerders moeten inzicht hebben in de warmtevoorziening, contracten, meetdata, kostenverdeling en verantwoordelijkheden per gebouw. De precieze wettelijke gevolgen hangen af van de rol van de beheerder en de inrichting van het systeem.

Ja, de Wcw kan relevant zijn voor blokverwarming. Welke regels gelden, hangt onder meer af van wie de warmte produceert, transporteert en levert en of sprake is van doorlevering door een verhuurder of VvE.

Onder de huidige Warmtewet wordt een verhuurder of VvE die warmte via een eigen aansluiting binnen het eigen gebouw doorlevert in die specifieke situatie niet als warmteleverancier behandeld. Onder de Wcw kan de positie anders zijn wanneer de verhuurder of VvE zelf warmte transporteert en levert.

Verhuurders en VvE’s die bij de inwerkingtreding van de Wcw zelf warmte transporteren en leveren aan huurders of leden, moeten dit onder voorwaarden binnen zes maanden melden bij het college van burgemeester en wethouders. Bij uitsluitend doorleveren van warmte van een extern warmtebedrijf geldt deze specifieke meldplicht niet.

Een klein collectief warmtesysteem is onder de Wcw een systeem met maximaal 1.500 aansluitingen. Voor deze systemen geldt een apart regime met minder administratieve verplichtingen dan voor grotere warmtesystemen.

Niet iedere vastgoedbeheerder heeft een warmtevergunning nodig. De huidige vergunningplicht hangt af van de juridische rol en de kenmerken van de levering. Onder de Wcw wordt gewerkt met aanwijzingen, ontheffingen, vrijstellingen en een bekwaamheidstoets voor nieuwe warmtebedrijven.

Meetdata is nodig om verbruik vast te stellen, kosten te verdelen, facturen te controleren, afwijkingen te signaleren en vragen van huurders of gebruikers te beantwoorden. Betrouwbare data ondersteunt daarnaast rapportage en prestatiemonitoring.

Begin met een inventarisatie van alle gebouwen met collectieve warmte. Leg per gebouw vast welk systeem aanwezig is, wie warmte levert, welke meters worden gebruikt en wie verantwoordelijk is voor facturatie, onderhoud en storingen.

EnergyGrip verzamelt en ontsluit meter- en energiegegevens. Daardoor kunnen vastgoedbeheerders warmteverbruik, ontbrekende data, afwijkingen en prestaties centraal volgen en gebruiken voor rapportages, controles en beheerprocessen.

Nee. Deze blog geeft algemene en praktische informatie over de Wet collectieve warmte. De juridische positie kan per gebouw, contract en warmtesysteem verschillen. Laat specifieke verplichtingen beoordelen door een juridisch specialist.