energiedata voor WEii
Elektriciteit - oktober 28, 2026

Energiedata voor WEii: alle bronnen per gebouw in één omgeving

Voor een WEii-score heb je het werkelijke energiegebruik van een gebouw over een volledig kalenderjaar nodig: elektriciteit, gas, warmte en koude. Bij de meeste gebouwen komt die data uit verschillende bronnen. Kleinverbruik komt via een ODA, grootverbruik via een of meer meetbedrijven, en warmtegegevens vaak via de warmteleverancier of in losse bestanden.

De oplossing is een onafhankelijk energiebeheer platform dat al die bronnen per gebouw automatisch samenbrengt, zoals EnergyGrip van Aurum Europe. Dan staat de data van elk gebouw op één plek, in dezelfde structuur, en kunnen je adviseurs direct aan de slag met de WEii-berekening.

In dit artikel lees je welke data je voor WEii nodig hebt, waar die vandaan komt en waar je op let als je dataverzameling voor meerdere gebouwen wilt stroomlijnen.

Wat is WEii en welke energiedata heb je nodig?

WEii staat voor Werkelijke Energie-intensiteit Indicator. Het is een methode van de Dutch Green Building Council (DGBC) om de energieprestatie van een gebouw te bepalen op basis van het gemeten energiegebruik, in plaats van een berekening. De score wordt uitgedrukt in kWh per vierkante meter per jaar. Daarmee kun je ook toetsen of een gebouw Paris Proof is.

Volgens het WEii-protocol heb je voor een gebouw onder meer nodig:

  • Het energiegebruik over één kalenderjaar, gemeten op de hoofdmeters: elektriciteit, gas, warmte, koude en eventuele andere energiedragers.
  • De teruglevering, bijvoorbeeld van zonnepanelen. Levering en teruglevering worden over het jaar verrekend.
  • De gebruiksoppervlakte, bepaald volgens NEN 2580.
  • De gebruiksfuncties van het gebouw en eventueel uitgesloten functies of verbruik.
  • Een klimaatcorrectie voor het deel van de energie dat naar ruimteverwarming gaat, zodat een koude of zachte winter de score niet vertekent.

Warmte en koude tellen mee met een eigen omrekening en weging. Je hebt daarom per energiedrager de juiste eenheid nodig, zoals GJ voor warmte en m³ voor gas.

WEii-certificaten worden afgegeven door organisaties met een licentie van DGBC en TVVL, meestal adviesbureaus met een getrainde WEii-contactpersoon. Zij houden per gebouw een dossier bij, met onder meer de herkomst van de energiedata.

Waarom kost dataverzameling voor WEii zoveel tijd?

De berekening zelf is meestal niet het probleem. De tijd gaat zitten in het verzamelen en controleren van de data, per gebouw opnieuw. Dat komt door een paar terugkerende knelpunten:

  • Elke bron werkt anders. Kleinverbruik, grootverbruik en warmte hebben elk een eigen toegangsweg, eigen machtigingen en eigen formaten.
  • Meerdere meetbedrijven per portefeuille. Een klant met twintig panden heeft soms drie of vier meetbedrijven. Dat betekent evenveel portalen, exports en contactpersonen.
  • Warmte is het lastigst. Warmte- en koudenetten zijn gesloten systemen. De data moet bij de individuele warmteleverancier worden opgevraagd en komt vaak binnen als losse spreadsheet of pdf.
  • Gaten in de reeksen. Ontbreekt er een maand, dan moet je uitzoeken waarom en of je het jaar nog compleet krijgt.
  • Kennis zit in hoofden. Welke meter hoort bij welk gebouw, welke EAN-code is vervallen, welke tussenmeter meet wat? Als dat nergens centraal staat, begint een nieuwe adviseur steeds bij nul.

Voor een enkel gebouw is dat werk te overzien. Bij een hele portefeuille, of als je de score elk jaar opnieuw wilt bepalen, loopt het snel op.

Waar komt de energiedata voor WEii vandaan?

Per energiedrager is er een andere route. Het helpt om die routes één keer goed in te richten, zodat je ze daarna voor elk gebouw kunt hergebruiken.

Kleinverbruik via een ODA

Aansluitingen tot 3×80 ampère hebben een slimme meter. Die meetdata kun je via een ODA (onafhankelijke dienstaanbieder) automatisch ophalen, met toestemming van de aangeslotene. Daar is geen extra hardware voor nodig. Je krijgt de standen en het verbruik per periode, ook van het afgelopen jaar.

Grootverbruik via meetbedrijven

Bij grootverbruikaansluitingen kiest de contracthouder een meetbedrijf, zoals Kenter, Fudura, Joulz, INNAX of Het Meetbedrijf. Met een machtiging kun je die meetdata, inclusief kwartierwaarden, automatisch laten ophalen. Heeft een klant meerdere meetbedrijven, dan wil je die allemaal via dezelfde route binnenhalen.

Warmte en koude

Bij een aansluiting op een warmte- of koudenet komt de data van de leverancier. Soms is er een digitale koppeling, maar vaak krijg je een export of jaaroverzicht. Heeft het gebouw eigen warmtemeters, bijvoorbeeld bij een WKO-installatie of een collectieve ketel, dan kun je die rechtstreeks uitlezen. Veel warmtemeters hebben een M-Bus-aansluiting, die je met een gateway op afstand uitleest.

Opwek en tussenmeters

Voor de teruglevering van zonnepanelen gebruik je de gegevens van de hoofdmeter. Tussenmeters zijn voor de WEii-score niet verplicht, maar wel handig. Ze laten zien waar het verbruik zit, en helpen bij uitgesloten verbruik zoals een datacenter of laadplein.

Waar let je op bij één omgeving voor al je WEii-data?

Wil je dat adviseurs niet voor elk gebouw opnieuw hoeven te zoeken? Dan heb je een omgeving nodig die meer doet dan data opslaan. Let bij de keuze op deze punten:

  • Alle bronnen in één platform. ODA, meetbedrijven, warmtemeters en tussenmeters komen binnen via één omgeving, niet via losse portalen.
  • Onafhankelijk van leverancier en hardware. De data blijft beschikbaar als een klant van energieleverancier of meetbedrijf wisselt, en bestaande meters blijven bruikbaar.
  • Een vaste structuur per gebouw. Klant, gebouw, aansluiting en meter liggen vast, met EAN-codes en energiedragers. Zo weet iedere adviseur direct welke data bij welk gebouw hoort.
  • Bewaking op volledigheid. Je ziet direct welke meter geen data levert, zodat je een gat in het jaar oplost voordat de WEii-berekening begint.
  • Machtigingen op orde. Je ziet per aansluiting of er toestemming is en tot wanneer.
  • Data die je eruit krijgt. Jaarverbruik per energiedrager, in de juiste eenheden, als export of via een API-koppeling naar je eigen rekenomgeving.
  • Toegang voor de klant. Klanten kijken mee in hun eigen dashboard, zodat zij zelf zien waar hun score vandaan komt.

Van eenmalige WEii-meting naar doorlopende monitoring

Een WEii-score gaat over één kalenderjaar. Wie op Paris Proof stuurt, wil die score elk jaar opnieuw bepalen en tussendoor zien of maatregelen werken. Als de data al automatisch binnenkomt, kost dat nauwelijks extra werk.

Dat biedt ook een kans voor je adviesbureau. In plaats van een eenmalig certificaat lever je doorlopende begeleiding:

  • Tussentijds bijsturen. Je ziet per maand hoe het verbruik zich ontwikkelt ten opzichte van vorig jaar, en of een gebouw op koers ligt.
  • Effect van maatregelen. Na een ingreep, zoals het bijstellen van de installaties of het plaatsen van zonnepanelen, zie je het effect terug in de data.
  • Afwijkingen eerder zien. Een stijgend nachtverbruik of een installatie die niet uitschakelt, valt op voordat het de jaarscore drukt.
  • Sneller een nieuwe score. Het volgende jaar staat de data al klaar. De adviseur controleert en rekent, in plaats van opnieuw te verzamelen.

Zo wordt WEii geen jaarlijks project, maar een vast onderdeel van je adviesdienst.

Hoe helpt EnergyGrip adviesbureaus bij WEii?

EnergyGrip is het energiebeheer platform van Aurum Europe. Het is ODA-gecertificeerd en brengt energiedata uit verschillende bronnen per gebouw samen:

  • Kleinverbruik via ODA, zonder extra hardware.
  • Grootverbruik via meetbedrijven zoals Kenter, Fudura, Joulz, INNAX en Het Meetbedrijf.
  • Warmte, koude en tussenmeters via de Nextalink gateway, die meters uitleest via onder meer M-Bus en Modbus RTU (RS485) en de data verstuurt via NB-IoT/LTE-M of wifi.

Je adviseurs werken in één omgeving met een vaste structuur per klant en gebouw. EnergyGrip bewaakt of alle meters data leveren. Via een export of API-koppelingen voor externe software gebruik je de jaarcijfers in je eigen rekenomgeving. Klanten kunnen meekijken in hun eigen dashboard.

Adviesbureau Cinergie werkt zo al: het combineert ODA-data en tussenmeters en maakt de rapportages voor klanten in EnergyGrip. Embato brengt ODA-data en grootverbruikdata samen in één platform.

 

Wil je zien hoe dit werkt voor jouw WEii-projecten?

Plan een demo

Veelgestelde vragen

Het energiegebruik over één kalenderjaar per energiedrager (elektriciteit, gas, warmte, koude), de teruglevering, de gebruiksoppervlakte volgens NEN 2580 en de gebruiksfuncties van het gebouw. Voor het deel ruimteverwarming wordt een klimaatcorrectie toegepast.

Ja. Kleinverbruik haal je met toestemming op via een OD A, grootverbruik met een machtiging via het meetbedrijf. Een onafhankelijk platform zoals EnergyGrip brengt beide per gebouw samen.

Bij een aansluiting op een warmte- of koudenet vraag je de data op bij de leverancier. Heeft het gebouw eigen warmtemeters, dan kun je die op afstand uitlezen, bijvoorbeeld via M-Bus met een gateway.

Meestal niet. De score gaat uit van de hoofdmeters. Tussenmeters zijn handig om te zien waar het verbruik zit of om bepaald verbruik apart te houden.

Organisaties met een licentie van DGBC en TVVL, meestal adviesbureaus met een getrainde WEii-contactpersoon.

Ja. Via een export of API-koppelingen voor externe software gebruik je de jaarcijfers in je eigen rekenomgeving.